dinsdag 2 februari 2016

Afgewezen en opgevangen

Mijn Airbnb-gasten hebben de afgelopen twee jaar mijn door mijn transitie gekelderde inkomsten op een enigszins leefbaar niveau gehouden, dus ontvang ik ze altijd met alle gastvrijheid die ik heb. Ik verwelkom ze hartelijk, heb bonbons voor ze klaargezet en ik leid ze rond in mijn huis: “hier is jullie slaapkamer, het toilet, de badkamer. Hier zijn jullie handdoeken…”, et cetera. Wanneer we aan het eind van de rit in de keuken uitkomen krijg ik steevast complimentjes over mijn gezellige en ruime huis. “Woon je hier alleen?”, vraagt men dan vaak enigszins onder de indruk. “Mijn zoon woont parttime hier bij me en ik verhuur een kamer via Airbnb als hij bij mijn ex is”, is dan mijn antwoord. Tot gisteren althans. De gasten kwamen, de rondleiding deed ik en de voorspelbare vraag over mijn gezinssamenstelling kwam ook. Maar ik hoorde mezelf ineens zeggen: “Ja, ik woon hier alleen”. Geen verwijzing meer naar S. Ik schrok ervan. Alsof hij niet meer bestond. Kennelijk was ik de hoop kwijtgeraakt hem ooit nog te zullen zien. Meteen schoten mijn gedachten terug naar vorige week.

Totaal onverwacht belde mijn ex dat S. weer was opgenomen in het ziekenhuis. Ik was geschokt dat het weer zo slecht met hem ging, maar bleef kalm. Ik wist dat ik niks kon doen. Nou ja, ik mócht niks doen. Ik mocht me van mijn ex niet bemoeien met de zorg voor S., want zij wist wel hoe het moest en haar ideeën waren het beste. Ik mocht me van S. niet aan hem vertonen om hem te troosten en hem bij te staan. Twee sterke, emotioneel geladen wegduwende bewegingen. Ik kon gewoon niet dichterbij komen. Elke poging die ik het afgelopen jaar had genomen om toenadering te krijgen, werd afgewezen. Ik moest vooral uit de buurt blijven. Ik walste volgens mijn ex altijd over haar heen en ik had volgens S. hem ziek gemaakt. Althans, zo beleefden zij het. De hulpverleners in hun omgeving (GGZ psycholoog, de onderwijsbegeleider en de arts en de medisch psycholoog van het ziekenhuis) dachten anders over beide beschuldigingen, maar frustreerden zich inmiddels net als ik over hoe moeilijk het is om tot mijn ex door te dringen. Inmiddels had mijn ex met haar te beschermende en eigenwijze benadering S. zieker gemaakt dan hij was, geïsoleerd van zijn eigen leven en de ruimte gegeven om te vluchten in doodlopend vermijdingsgedrag in plaats van zijn problemen aan te gaan. En ik kon niks anders dan daarin te berusten.

Mijn aanvankelijke passiviteit bleef niet lang. Ik wilde iets doen. Ik wilde S. zien. Het ging net als begin vorig jaar erg slecht met hem en in de tussenliggende tijd is hij niet gerevalideerd geweest. Hij is heen en weer geschommeld tussen ziek en erg ziek. De ongerustheid die ik voelde over S. was zo hoog dat ik mijn ex vroeg of ik mocht langskomen in het ziekenhuis. Omdat ze deze keer zijn ziekenhuisopname niet voor me had verzwegen hoopte ik te kunnen profiteren van deze vlaag van mildheid. Maar nee. Ik was niet welkom, meldde ze me nadat ze met S. had overlegd. Prompt kreeg ik een heel geïrriteerd berichtje via Whatsapp van S. zelf. Ik was niet welkom en waarom vroeg ik dat nou? Ik had hem ziek gemaakt en moest wegblijven!

Ik zag het berichtje vlak voor ik aan een van de laatste repetities van mijn huidige theaterproject zou beginnen. Ik brak. Huilend kwam ik de repetitieruimte binnen. Mijn totaal overdonderde theatervrienden troostten me. Ze waren geschokt over het nieuws van de opname en het drong tot sommigen nu pas door dat ik S. al een jaar niet had gezien. Ze stelden me allerlei vragen en ik probeerde ze zo kort mogelijk te beantwoorden. Ik wilde niet teveel alle dramatische feiten opsommen, ik had het er zo al moeilijk genoeg mee. Ik wilde gewoon even vastgehouden worden. En dat gebeurde. De knuffel met de regisseur duurde wel een minuut. En een van de spelers die tot nu toe fysiek gezien wat afstandelijk was geweest, pakte me nu ook vast en zei: “ik heb zo veel bewondering voor je. Je maakt zelf zo’n moeilijk proces door en dan krijg je ook dit nog voor je kiezen. Knap hoe je overeind blijft staan zonder je zoon te veroordelen voor wat hij doet”. Dat deed me goed. Ik krijg inderdaad veel voor mijn kiezen. En het kost me moeite om niet weg te zakken in boosheid en verwijt. Het gaat niet vanzelf, maar ik doe het omdat ik weet dat die boosheid geladen is met allerlei frustraties die ik eerder heb opgebouwd: niet in het afgelopen jaar, maar in de tien jaar daarvoor waarin ik parttime vader voor S. was en ook in de relatie met zijn moeder die er aan vooraf ging. Al die frustraties horen niet thuis in het nu. Nu is het heel simpel: ik voel verdriet omdat ik niet bij S. kan zijn. En dat wil ik wel. Omdat ik van hem hou.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten