donderdag 4 februari 2016

We kennen elkaar

Het was een groot, glimmend kantoorpand. Glas en staal glom me tegemoet op deze heldere en zonnige winterdag. Terwijl ik van de parkeerplaats naar de ingang liep, dacht ik na over het gesprek dat ik in dit pand zou gaan hebben. Het bedrijf dat in dit gebouw was gevestigd wilde me inhuren om een bijdrage te leveren aan een interne bedrijfstraining die ze aan het ontwikkelen waren. Eenmaal door de draaideur meldde ik me bij de receptie. Ik had een afspraak met twee personen, maar ik noemde aan de receptioniste alleen de naam die ik uit mijn hoofd kende. Ik had die persoon – jaren geleden – een aantal keer gesproken ter voorbereiding van een serie workshops die ik destijds voor een andere organisatie begeleidde. Ik wist wie ze was, maar ik was benieuwd of dat wederzijds zou zijn.

De receptioniste belde haar en een minuutje later kwam ze aanlopen. Ze stak haar hand uit en stelde zich voor met een neutrale toon. Geen spoortje herkenning, geen spoortje herinnering. “Ik ben Lisa…”, antwoordde ik terwijl ik haar hand schudde. “Welkom”, zei ze en ze maakte een draaibeweging om me voor te gaan naar de lift. Een ongemakkelijk gevoel borrelde in me op: het voelde raar om met een schone lei te beginnen met een vrouw die ik kende. Ik zei: “We kennen elkaar hoor”. Haar pas vertraagde, ze draaide zich weer om en keek me onderzoekend aan. “O ja? Sorry. Waarvan dan?”. Ik noemde het project van destijds en haar rol als klankbord. Ze bleef me peinzend aankijken. Ze herinnerde zich het project. Maar wie was ik dan? “Ik was de workshopbegeleider”, zei ik, “ik was toen nog een man”. Haar adem stokte, haar ogen werden groot en haar mond viel iets open. Dit zag ze duidelijk niet aankomen. “O, wauw. Maar je naam is anders”, stamelde ze in een poging haar gezicht te redden dat ze wat mij betrof helemaal niet had verloren. Grappig wat een domme dingen mensen zeggen als ze zich geen raad met een situatie weten. Mijn naam veranderd, ja wat dacht je dan?

Terwijl we de lift in stapten zei ze dat ze zich kon voorstellen dat het een ingewikkeld proces was waar ik door was gegaan. Dat bevestigde ik, maar verder wilde ik er niet teveel over kwijt. Ik kwam hier als vrouw. Niet als transvrouw. Natuurlijk voel ik me altijd eventjes heel speciaal als mijn transitie ter sprake komt, en dat is fijn. Maar dat fijne gevoel verdwijnt steeds snel. Het liefst wil ik gewoon zijn. Een heel gewone vrouw van vlees en bloed die een afspraak heeft in een kantoor van glas en staal. Toen we weer de lift uit stapten, realiseerde ik me dat ik het zelf ter sprake had gebracht, zoals ik meestal doe als ik me ongemakkelijk voel omdat ik twijfel of mensen het nu wel of niet doorhebben. Misschien moest ik daar maar eens mee gaan stoppen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten