woensdag 6 april 2016

Anticipatieangst

Mijn keel maakt een geluid dat het midden houdt tussen grommen en zuchten. Mijn lompe lijf hijst zichzelf van de bank om naar de rinkelende telefoon te gaan. Ik zat net zo lekker. Dankzij het feit dat de telefoon in een van mijn handtassen was verstopt (maar ja, welke?) was ik net op tijd om te kunnen zien wie er ophing. Grrrr. Zonder terug te bellen kwakte ik de telefoon op de plek waar hij hoort te liggen en sjokte terug naar de bank. Ik wist, ik voelde, dat ik me mannelijk bewoog. Geen sprankje van de elegantie te bekennen die bij mijn vrouwelijke identiteit hoort. Ik was vandaag een man. Een chagrijnige man. Net als gisteren. En de dag daarvoor. En de dag daarvoor.

Het lijkt wel alsof ik vergeten ben dat ik besloten had als vrouw te leven. Het lukt niet meer. Ik beweeg zoals vroeger, ik praat zoals vroeger en ik ben zo chagrijnig als vroeger. Alhoewel dat laatste vast ook te maken heeft met mijn vermoeidheid. Het lijkt wel alsof de geschiedenis zich herhaalt. Aangezien het die neiging heeft, zal het wel. Wat er nu gebeurt lijkt erg op de periode voor de start van mijn Real Life fase. De maanden voor het moment waarop ik 100% van de tijd als vrouw ging leven en mijn dubbele identiteit opgaf, werd ik steeds prikkelbaarder. Mijn incasseringsvermogen daalde tot het niveau van een peuter en ik was moe. Heel moe. En het leek alsof het leven me juist steeds meer uitdagingen gaf, praktische en emotionele. Uitdagingen die ik eigenlijk niet aan kon. Ik had steeds het gevoel te bezwijken en mijn lijf onderstreepte dat met allerlei fysieke klachten en kwaaltjes.

Net zoals nu. Ik ben niet alleen moe, maar ik ben ook weer vaak duizelig. Die klacht had ik in het begin van mijn behandeling met testosteron-blokkers ook. De switch van Androcur naar Spironolacton verlichtte toen mijn klachten, maar het lijkt erop alsof mijn lijf nu resistent aan het worden is voor die pillen. Alsof de testosteron weer ruimschoots door mijn aderen stroomt. Mijn borsten lijken te slinken en ik meen weer steeds meer donkere baardharen te zien. Iets wat ik niet zo goed kan accepteren in mijn huidige ongeduldige staat.

Het is de kramp, de angst voor de grote verandering die aanstaande is. De angst om een belangrijke mijlpaal te slechten en niet meer terug te kunnen. Destijds was het de start van mijn brede sociale transitie, mijn volledige coming out. Nu is het mijn operatie die steeds dichterbij komt. Alsof mijn mannelijke geschiedenis nog even nadrukkelijk van zich laat horen: “Hallo, ik ben er ook nog!”. Ja, Man-ik dat weet ik. Je bent en blijft onderdeel van mij. Wil je nu alsjeblieft weer op de achterbank gaan zitten, in plaats van aan mijn stuur te trekken?

Ik sta op de rol voor een operatie in juni. Een concrete datum heb ik nog steeds niet gekregen, maar lang zal dat niet meer duren. Dat hoop ik en dat kan eigenlijk ook niet anders, want ik moet allerlei praktische voorbereidingen treffen voor de periode van drie maanden dat ik niet of nauwelijks kan werken. Dat kan ik niet pas twee weken van tevoren regelen. Volgende week kan ik bellen, dan is de dame van de planning weer terug van vakantie. Ik heb haar de afgelopen drie maanden regelmatig gesproken om een concrete operatiedatum te verkrijgen, maar tot nu toe zonder resultaat. Ik ben toe aan een datum. Een concreet punt om naar toe te leven. Uitzicht op het einde van deze nare, angstige aanloopfase waarin ik in een kramp lijk te leven. De kramp van de anticipatieangst; angst voor wat komen gaat: de onontkoombare nieuwe stap in het loslaten van een opgedrongen leven dat niet het mijne was en het omarmen van het onzekere nieuwe leven als vrouw waar ik voor gekozen heb.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten