vrijdag 22 april 2016

Vliegtuigtrap

Ik zie vlekken voor mijn ogen wanneer ik op het toilet ga zitten. Ben ik net wakker geworden of ga ik nu juist naar bed? Of droom ik dit? Geen idee. Maar het lijkt alsof ik op het toilet zit en ik voel aandrang, dus ik ontspan de sluitspier van mijn blaas. Ik hoor de urine op het porselein kletteren. Gelukkig. Ik ben niet in bed aan het dromen. Door het plassen wordt ik mij bewust van mijn piemel. Nog twee maanden en dan is hij weg, hoor ik mezelf denken. Ik schrik van die gedachte. Is het echt waar? Is hij dan weg? Ineens voel ik medelijden. “Je bent niet fout”, fluister ik tegen mijn geslachtsdeel. “Ik heb er even over gedaan, dat geef ik toe, maar ik heb je uiteindelijk kunnen zien als deel van mij. Ik heb toen een tijd veel plezier van je gehad. Maar je bent niet hoe het had moeten zijn”. Ik mompel een hele speech, terwijl ik in elkaar gezakt op het toilet zit. Mijn hoofd hangt vermoeid naar beneden, bijna tussen mijn knieĆ«n. Alsof ik mijn piemel iets in de oren wil fluisteren. “Sorry”, hoor ik mezelf zachtjes zeggen. En dan huil ik. Het is alsof mijn piemel en ik elkaar huilend in de armen vallen. Het is bijna voorbij. Alsof twee kameraden die geen kameraden wilden zijn, maar het toch werden, afscheid nemen omdat een van hen gaat trouwen en emigreren. Een nieuwe levensfase breekt aan. Een van ons stapt zo meteen de vliegtuigtrap op, om voorgoed uit het leven van de ander te verdwijnen. Maar nog niet nu. Nu huilen we samen om alle strijd die we hebben gehad. Om de verzoening die kwam. Om de mooie momenten waarop we vergaten wat er eerder allemaal gebeurd was. En we huilen om het afscheid. Vaarwel. Het ga je goed.

Ik sta niet op een vliegtuigtrap. Ik zit op de wc. In deze vermoeide sanitaire roes dringt het tot me door wat er staat te gebeuren. Gisteren bevestigde de kliniek in Thailand dat ze mijn aanbetaling hadden ontvangen. De operatiedatum is definitief. 25 juni. Dat betekent dat ik 19 juni ga vliegen. Over minder dan twee maanden.

Een warme rilling glijdt over mijn rug. Ik haal diep adem, pak een velletje wc-papier van de rol en veeg de laatste druppel van mijn piemel. Hoe vaak heb ik dat al niet gedaan? En hoe weinig zal ik dat nog doen? Nog twee maanden. En dan sta ik op de vliegtuigtrap. Vaarwel. Het ga je goed.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten