dinsdag 31 mei 2016

Reisafstand

Het was een heel geregel. De afgelopen weken moest ik medische onderzoeken laten uitvoeren, zorgen dat ik de resultaten (in het Engels) tijdig naar de kliniek in Thailand kon sturen en regelen dat ik – conform de internationale WPATH zorgstandaard voor transgenderzorg – twee verwijsbrieven kreeg: van een psychiater en een (gender)psycholoog. Gek genoeg wilde mijn zorgverzekering juist een verwijsbrief van mijn behandelend endocrinoloog; kennelijk gelden internationale standaarden niet voor het Nederlandse zorgsysteem. Die derde brief is geld waard, want de operatie in Thailand kost me veel geld (ruim €15.000,-) en elke euro die ik vergoed krijg is meegenomen. Ook al maakt de zorgverzekeraar zich er met een vergoeding van €3000,- nogal met een jantje-van-leiden vanaf wat mij betreft. Daar is zeker niet het laatste woord over geschreven; niet op dit blog en niet in mijn correspondentie met de verzekeraar.

Maar dat kon wachten. Deze weken richtte ik me maar even op de voorbereiding van mijn reis naar Thailand. Naast alle medische en protocollaire zaken, moest ik ook nog tickets regelen voor mij en mijn mantelzorgers, mijn reisvaccinaties updaten, een hotel boeken en betalingen doen aan de kliniek. En proberen om €15.000,- bij elkaar te krijgen. Met de vergoeding van de zorgverzekering opgeteld bij wat ik zelf nog in mijn spaarvarken had, wat mijn crowdfundingsactie tot nu toe had opgebracht en wat ik van mijn vrienden kon lenen, redde ik het net.

Een operatie in Thailand is een heel project. Een project dat de projectmanager in mij met de broodnodige volharding inmiddels bijna tot een eind heeft gebracht. Vrijwel alles is geregeld nu. En nu begint langzaam tot me door te dringen wat ik ga doen. De operatie. Aanpassing van mijn geslacht en een borstvergroting. De belangrijkste en onomkeerbare stappen in het aanpassen van mijn lichaam. Over vier weken heb ik een vrouwenlichaam – ook als ik naakt ben – en dat is geweldig! Maar inmiddels voel ik ook de heftigheid van de stappen die voor me liggen. Er zal fors worden gesneden in mijn lijf. Wat ik ooit beschouwde als de tempel waar ik goed voor moest zorgen, laat ik nu flink geweld aandoen door een arts. Ik voel angst de cellen van mijn lichaam vullen. Op het fysieke niveau is dit natuurlijk niets anders dan een trauma. Een trauma dat ik willens en wetens laat gebeuren. En waarvan de impact langzaam begint door te dringen. Weefsel wordt losgesneden en verplaatst. Geïsoleerd van het vertrouwde grotere geheel zal het weefsel op de nieuwe plek proberen contact te maken, te vergroeien met het onvertrouwde weefsel om hen heen. Aders, zenuwen zijn doorbroken en zullen zich in de nieuwe situatie proberen te herstellen. En mijn hersenen weten niet meer waar alles is gebleven. Het gebied zal vreemd en onbekend aanvoelen in het begin. Instinctieve spierbeheersing om te plassen en te ontlasten zal opnieuw aangeleerd moeten worden. Om nog maar te zwijgen van seksuele prikkeling. Ik zal een vreemde in mijn lichaam zijn.

De laatste dagen huil ik veel. Ik ben bang. Bang voor wat er komen gaat. Bang voor de heftige stap die ik ga nemen om mezelf op mijn biologie te veroveren. En ik ben bang om S. Het voelt alsof ik met elke stap die me dichter bij mezelf brengt, een stap verwijderd raak van de persoon die ik voor hem was. Een stap verwijderd van elkaar. Wanneer we elkaar ooit weer gaan zien, zal ik een vreemde voor hem zijn. Een nieuwe identiteit, een nieuw lichaam, een nieuw leven. Mijn liefde voor hem zal ongewijzigd zijn, maar of hij dat door alle veranderingen heen kan zien? Op mijn onverbiddelijke reis naar mezelf heb ik al een flinke afstand afgelegd. Het voelt alsof ik met mijn vlucht naar Thailand nu een afstand ga afleggen die S. niet meer kan inhalen.

zaterdag 28 mei 2016

Fraudeur

Ik voel hoe mijn gladde bovenbenen langs elkaar schuiven. Het vrolijke zomerjurkje fladdert er omheen. Mijn gelakte teennagels steken guitig uit mijn sandaaltjes. De zon schijnt op deze lang gewenste lentedag. Alles lijkt perfect. Lijkt. Want onder deze laag van schone schijn, broeit het. Ik voel het. Al die blikken van de andere mensen op straat. Ze kijken me aan, nee, ze staren me aan. Ze zien het. Ze zien de man in de jurk. Ik laat mijn gewicht in mijn heupen zakken. Ik richt mijn borstbeen op zodat mijn borsten naar voren steken en mijn schouders naar achteren. Ik weet dat ik er dan vrouwelijker uitzie. Normaal gesproken dan, want vandaag helpt het niet. Het is alsof de mensen op straat juist alleen nog maar meer naar me staren.

Vandaag voel ik me down. Geen lentekriebels, maar een herfstige depressie. Vandaag ben ik het vertrouwen helemaal kwijt dat ik ooit – mijn transitie eenmaal achter me gelaten – een normaal en gelukkig leven als vrouw zal leven. Wie hou ik nou voor de gek. Ik heb niet alleen 40 jaar mannelijke historie achter me, maar ook een paar miljard lichaamscellen met XY chromosomen. Ik heb een mannenlijf en dat zal altijd zo blijven. Ik weet dat ik dergelijke gedachten los moet laten: ze helpen me niet en ik word er alleen maar verdrietig van. Maar vandaag lijkt het alsof niet ik die gedachte vasthoud, maar of de gedachte mij heeft gegrepen. En me niet meer loslaat.

Het is een archetypische droom die veel mensen wel eens gehad hebben: dat je halverwege je leven, een rijke carrière opgebouwd, een snoezig gezinnetje om je heen, ineens op je schouder getikt wordt door die strenge meneer die je aan je oor meesleept naar het examenlokaal. Of je even alsnog je examen wilt doen, want het is ronduit onbeschoft dat je al zo lang net doet alsof je je diploma hebt. Je hebt niks, je kunt niks, je bent niks. Hoogstens een fraudeur. Het is een schande. Je zorgvuldig opgebouwde leventje stort met een harde klap in. Het zweet staat in je handen en je keel is gortdroog en ruw als schuurpapier. Je darmen verkrampen en je lijf siddert. Examen? Maar dat kan ik helemaal niet! Ik heb niet gestudeerd!

Terwijl ik in de zon op straat loop voelt het alsof ik elk moment op mijn ontblote schouders getikt kan worden door de strenge meneer die me het examen vrouw-zijn komt afnemen. Een examen dat ik nooit kan halen dankzij mijn mannelijke DNA. De droom van het leven als vrouw dat ik heb gecreëerd zal dan als een zeepbel uit elkaar spatten. Ik krimp ineen bij de gedachte. Mijn schouders gaan naar voren, mijn rug krom. Mijn blik verdwijnt naar beneden, op zoek naar het oneindige. Mijn voeten schuifelen en proberen te voorkomen dat mijn behakte sandalen geluid voortbrengen wanneer ze de stoeptegels raken. Ik wil onzichtbaar zijn. Onzichtbaar voor de strenge meneer die me mijn droom af komt nemen. Het is een impuls die ik niet kan beheersen. Maar ik realiseer me dat ik hierdoor mezelf juist zichtbaarder maak voor de starende blikken op straat en zo mijn droom van het leven als vrouw zelf saboteer. Ik wil niet bang zijn voor de ontmaskering als fraudeur. Ik wil een vrouw zijn, zoals alle andere vrouwen. Maar ik weet dat dat niet kan. Ik ben een transvrouw, op zijn best. Vandaag voel ik me vooral een man in een jurk.

vrijdag 20 mei 2016

Afbouwen

De afgelopen week was ik op mijn jaarlijkse stilteretraite, waarin ik mezelf heb gelaafd aan de stilzwijgende liefde en koestering van de sangha – de groep mensen die zich in hun pad van zelfontwikkeling verbonden voelt door onze leraar Isaac Shapiro. Vanmiddag kwam ik thuis en nu staat de fluitketel te pruttelen voor mijn eerste zelfgemaakte thee in een week. Terwijl ik zachtjes dromend de diepe ontspanning en de inzichten van de afgelopen week probeer vast te houden, zoemt zachtjes de realiteit van mijn normale leven binnen. Gedachten over wat me de komende week te doen staat komen op en ik kijk in mijn agenda om een van die gedachten te checken. Bladerend door de dagen kom ik de herinnering tegen die ik er een paar weken geleden in had gezet: ‘Afbouwen HRT: 2 spiro 3 progy’. Ter voorbereiding op mijn operatie moest ik mijn hormoonbehandeling afbouwen tot nul. Twee weken voor de operatie moet ik ‘schoon’ zijn vanwege het risico op trombose-complicaties tijdens en na de operatie, maar ik wilde niet cold-turkey stoppen. De nare herinneringen aan het vanwege complicaties acuut moeten stoppen met Androcur twee jaar geleden staan nog in mijn netvlies gebrand: in twee dagen schoot mijn testosteron van nul naar 100% en ik werd knettergek van de agressie in mijn lijf. Deze keer ging ik het maar geleidelijker doen; in drie stappen. Elke week zou ik de dagelijkse dosis testosteronblokker en estradiol elk met één pil verlagen tot ik op nul uit zou komen. Het eerste moment brak volgende week al aan; exact vier weken voor mijn operatie.

Nu ik door mijn agenda aan dat moment wordt herinnerd, besluit ik om maar meteen mijn pillendoosje aan te vullen, zodat ik het niet kan vergeten. Ik loop naar mijn medicijnkastje en pak de benodigde doosjes. Ik begin met Spironolacton – mijn testosteronblokker. Ik zie mijn voorraad en zonder precies te tellen, weet ik dat ik die niet meer op ga maken. Over vijf weken zijn mijn testikels verwijderd en maakt mijn lichaam nauwelijks meer testosteron aan. Ik pak een strip pillen uit het eerste doosje en terwijl ik met mijn duimnagel op een witte pil in de strip druk, zeg ik tegen mezelf: “Dit is bijna voorbij”. Ik hoor een droge krak. Ik neem aan dat het geluid komt van de aluminium afdekfolie aan de onderkant van de pillenstrip, maar het had net zo goed het geluid kunnen zijn geweest van mijn emoties. Wat met het losglijden van de eerste pil, gleed er ook een gevoel van opluchting door me heen. Mijn lijf begon lichtjes te trillen en ik huilde. Het is bijna voorbij. Het is bijna voorbij. Eindelijk. Bijna definitief verlost van mijn mannelijke chemie. Bijna een operatie. Eindelijk. Ik zucht diep, haal mijn neus op alsof ik daarmee de geplengde tranen ook weer opzuig. Huil maar niet meer. Het is bijna voorbij. Eindelijk.

donderdag 12 mei 2016

Papa is de beste

Het is inmiddels bijna dertien jaar geleden dat mijn vader overleed. Die ingrijpende gebeurtenis was destijds nét dat ene zetje dat me in een burn-out bracht. Ik leefde in een permanente druk van onderdrukte verlangens, in een identiteit die niet de mijne was en met de gewoonte van hard werken om van dat alles weg te lopen. Mijn eigen kersverse vaderschap had een roerige cocktail aan emoties in me opgeroepen. Net nu ik een taak had gekregen waarvoor ik graag op de ogenschijnlijk sterke schouders van mijn vader had geleund, verliet hij mij. Ik voelde me machteloos. Niet in de laatste plaats omdat hij me de mogelijkheid ontnam om met mijn vaderschap opnieuw mijn mannelijkheid aan hem te bewijzen. Nooit meer zou ik de goedkeuring krijgen waar ik zo naar hunkerde.

Maar ik had me vergist. Papa was niet weg, hij was slechts overleden. Dat merkte ik toen ik, kort na mijn burn-out, me bewust met mijn persoonlijke ontwikkeling bezig ging houden. Met de juiste ontspanning en concentratie kon ik hem soms waarnemen. Bijna fysiek. Ik voelde dan zijn hand geruststellend op mijn rechterschouder en ik voelde dat hij zowel letterlijk als figuurlijk achter me stond. Totdat Lisa kwam. Toen verdween hij uit ons metafysische contact.

Bij leven had mijn vader me steeds streng gecorrigeerd op alles wat vrouwelijk aan me was. Hij wist denk ik wel dat het daarmee niet echt ging verdwijnen, maar ik denk dat hij hoopte dat ik mijn vrouwelijke kant op een meer geaccepteerde manier kon kanaliseren. Niet dat hij dat ooit naar me uitsprak. De meest rechtstreekse opmerking die hij er ooit over maakte was eens met karnaval, toen ik me helemaal had laten gaan met de schminkdoos van mijn eerste vriendinnetje. Hij zag me – extravagant uitgedost en klaar om uit te gaan – en zei: “Dit is een goede manier”. Ik hoefde niet te vragen “Een goede manier voor wat?”; ik voelde precies aan waar hij impliciet naar verwees. Maar dat ik mijn verlangen ruim vijfentwintig jaar later nog veel rechtstreekser zou gaan uiten, kon hij toen niet vermoeden.

Ik miste het onstoffelijke contact dat ik met hem had gehad na zijn dood. Maar net zo abrupt als hij was verdwenen, kwam hij weer. Ik voelde plots af en toe zijn hand weer op zijn schouder. Het was zijn hand, onmiskenbaar, die toch anders aanvoelde. Het was denk ik niet zijn hand die veranderd was, maar mijn schouder. De schouder van zijn zoon was de schouder van zijn dochter geworden. De dochter die hij accepteerde, steunde, goedkeurde. Zo voelde het voor mij. Ik voelde me gezien en wilde me nog lang aan zijn aandacht laven. Maar sinds een paar maanden voel ik hem niet meer. Hij is weg. Het is niet dat hij afstand houdt, want voor afstand heb je twee punten nodig. Maar hij is geen punt meer. Hij is meer verdwenen dan ooit. Ik ben een punt alleen in de ruimte. Zou hij denken dat ik nu wel zonder hem kan? Dat we klaar zijn, samen? Zo voelt het voor mij niet.

Ik ben nu een meisje van veertien, hunkerend naar haar volwassenwording. Mijn operatie gaat het pad openen waarlangs ik mijn lichaam en mijn seksualiteit mag ontdekken. Het pad waarlangs dit pubermeisje haar vrouwelijkheid ontdekt en met een vrouwelijk lichaam daarvoor eindelijk de ingrediënten krijgt die zo lang ontbraken. Maar ik besef me dat er één ander belangrijk ingrediënt nog steeds ontbreekt voor mijn reis naar volwassenheid: ik ben nooit verliefd geweest op mijn vader.

Volgens de psychoanalytici gaan meisjes gaan rond hun vierde, vijfde levensjaar afstand nemen van hun moeder. Vader wordt een belangrijk referentiepunt en zijn aandacht wordt belangrijk. Zo belangrijk zelfs dat moeder als een concurrent gezien kan gaan worden. Nu ik er op die manier naar kijk, herken ik de kille relatie tussen mijn moeder en mij wel in dat paradigma. Ik heb in het verleden zelfs wel eens gezegd dat mijn vader beter niet met mijn moeder had kunnen trouwen. Impliceerde ik daarmee dat ik zelf met hem had willen trouwen? Zat ik in een Elektracomplex? Volgens de theorie van de psychoanalytici is de aandacht van een vader belangrijk voor een dochter om eigenwaarde te ontwikkelen. Als die aandacht ontbreekt, dan zal ze zich afgewezen voelen en constant de waardering van vader blijven zoeken. Ook dat element in de relatie tussen mij en mijn vader herken ik. Deze belangrijke fase in de ontwikkeling van mijn vrouwelijke identiteit heb ik nooit doorlopen. En kan ik ook niet meer doorlopen nu mijn vader er – ook in overdrachtelijke zin – niet meer is. Of kan het toch nog?

Papa, ik mis je. Ik mis je op mijn pad naar vrouw-zijn. Ik wil verliefd op je zijn. Ik wil je op een voetstuk plaatsen. Ik wil je kritiekloos verheerlijken. Want jij bent de beste papa die er is. Jij bent de sterkste, de knapste man op aarde. Later als ik groot ben ga ik met je trouwen!

woensdag 4 mei 2016

Ontvangen

Voordat ik mijn crowdfundingsactie startte moest ik iets in mezelf overwinnen: het idee dat ik het zelf moet doen. Dat ik geen hulp mag vragen. Dat is een hardnekkig patroontje in mij. Maar toen ik eenmaal in beweging kwam en deze actie opzette, dacht ik dat ik voor deze situatie over de drempel heen was. Maar nee. Hulp vragen is één ding, maar hulp écht kunnen toelaten, zonder schuldgevoelens, is weer wat anders. Bij elk bedrag dat nu op mijn bankrekening gestort wordt, voel ik me naar. Alsof ik het niet verdien. Alsof ik meer mijn best had moeten doen, harder had moeten werken, dan had ik het geld zelf wel bij elkaar kunnen verdienen. Ik weet dat de transitie al jaren zoveel van me vraagt dat ik maar op halve kracht kan werken. Ik weet dat ik de laatste maanden extra onder druk sta vanwege de hereniging en het verlies van S., het contact met mijn ex en haar familie, de toenemende spanning rond mijn operatie. Ik weet dat ik het echt niet anders kon doen, maar ik voel me een profiteur. Iemand die haar handje ophoudt. Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik geld krijg zonder er iets voor terug te doen. Een stemmetje in mijn hoofd zegt dat dat niet mag.

De reacties op mijn actie zijn hartverwarmend. Mensen vinden me dapper en vinden het dapper dat ik op deze wijze om hulp vraag. Dat laatste betekent natuurlijk dat zij het stemmetje waar ik last van heb, ook kennen. Mensen doneren – de tussenstand is inmiddels ruim boven de duizend euro – grote en kleine bedragen. De grote bedragen zijn haast intimiderend: mijn schaamte en mijn schuldgevoel maken me dan heel klein. Ik krijg bijdragen uit alle hoeken van mijn vrienden- en kennissenkring. Er hebben ook een paar volslagen onbekenden gedoneerd. Dat moet een gevolg zijn van mijn vlog-serie op vrouw.nl.

Een kennis van mij ontroerde me in het bijzonder. Zij gaat een NIA workshop verzorgen waarin deelnemers leren hoe ze dans en beweging kunnen laten ontstaan uit hun diepste verlangens. Dat vraagt een erkenning van die diepe verlangens, ook als die moeilijk of ontregelend zijn zoals in mijn geval. Omdat ze het bijzonder inspirerend vindt hoe ik trouw aan mezelf blijf, gaat ze de gehele opbrengst van de workshop aan mij afstaan! Wauw. Het ontroert me om inspirerend genoemd te worden. Naast de afwijzing en het verlies dat ik te dragen heb als gevolg van mijn keuze, is het heel fijn om zo in het licht gezet te worden. Maar licht maakt ook de schaduw zichtbaar: de aandacht schrijnt met het gemis aan contact en aandacht van mensen die me dierbaar zijn, S. in het bijzonder. Ik zou zo graag zijn aandacht ontvangen en hem al mijn liefde geven. Maar dat kan niet. Dat moet wachten. Dat moet opnieuw wachten.