vrijdag 24 juni 2016

Ik ben er klaar voor

Voor de zoveelste keer vandaag loop ik van de wc terug naar de woonkamer in onze hotelsuite; het laxeren is dankzij twee keer een flink glas afgewerkte motorolie (althans, zo smaakte het) flink op gang. Mijn darmen zijn inmiddels leeg en zo goed als schoon. Mijn ontlasting is niks meer dan een plens water die lichter gekleurd is dan urine. Mijn darmen zijn er klaar voor.

In de woonkamer ga ik naast L. op de bank zitten. We praten wat over de betrekkelijke rust waarmee ik de laatste dagen heb doorgebracht. Niet eten, laxeren en op de drempel van een ingrijpende operatie. En dan, op een paar emotionele uitbarstingen na, zo rustig. Ben ik er klaar voor, vragen we ons af. Ik leg mijn hand op haar knie en kijk L. aan. Onze vijfentwintig jaar vriendschap heeft een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Bijna parallel aan de ontwikkeling die ik heb doorgemaakt. Ik ben blij dat zij hier is. Bij mij. Met mij. Voor mij. Terwijl ik haar in de ogen kijk, probeer ik te ontdekken of ik me hulpbehoevend voel. Of bang. Of verdoofd. Nee. Ik voel me helder. Heel helder. Misschien is het een effect van de onvrijwillige detox kuur die ik nu doe. Misschien toont het waar ik sta in mijn proces.

Terwijl ik me dat afvraag voel ik een drukverschil optreden in mijn lijf. Als een aanstormende Bangkokse regenbui voel ik een emotie opwellen. Ik adem diep in om hem toe te laten. En ik begin te huilen. Heel hard en onbedaarlijk jammerend. L. slaat haar arm om me heen. Ze pakt mijn hand in de hare en legt deze bij haar op haar op schoot. In die koestering sluit ik mijn ogen om beter te kunnen voelen dat ik huil en dat mijn lijf schokt en trilt. Primitieve, premature tranen stromen uit mijn ogen. Ik stel me voor dat ik heel groot ben. Heel breed vooral; in mijn borst en in mijn bekken. En dan, als een explosie, wolkt de emotie van onderaf door heel mijn lijf. Ik stop met huilen en voel de trilling van de emotie, alsof deze een chemische reactie aangaat mijn stoffen in mijn lijf. Dat moest haast wel echt zo zijn, want er komt heel veel warmte vrij; die voel ik van boven naar beneden stromen. Ik begin hortend en stotend te zuchten en bij elke zucht voel ik mijn lijf ontspannen. Voel ik mezelf op aarde komen; stoppen met zweven. Wanneer mijn voeten allebei de grond raken zucht ik diep en beginnen mijn ledematen te schokken als bij een slapende hond. En net als bij de hond het schokken gepaard gaat met het via dromen verwerken van alle indrukken, voel ik bij elke schok een stukje gewicht uit mijn rugzak verdwijnen. Alsof ik letterlijk iets loslaat en lichter wordt. Een lichtheid die me niet doet zweven, maar juist doet landen. Landen hier op aarde. Landen in mijn lijf. Landen in mezelf.

Deze hele cyclus herhaalt zich een paar keer in verschillende tinten: boosheid, wanhoop, verdriet, totale paniek, blijdschap. Terwijl het zich voltrekt stel ik af en toe L. gerust dat ik deze sensaties en deze schokken ken, hoewel nauwelijks zo intens. Ik ben aan het loslaten, dat is duidelijk. Loslaten van mijn leven als man, van de frustratie geen vrouw te zijn, van de boosheid afgewezen te zijn als kind, van het verdriet S. en M. te zijn kwijtgeraakt tijdens mijn transitie. Ik laat de angst los dat het resultaat tegenvalt, dat ik de rest van mijn leven bezig blijf met deze transitie zonder ooit het punt te bereiken dat ik ‘gewoon’ kan leven. Ik laat de boosheid los dat het lot mij zo’n moeilijk pad heeft gegeven.

Bij mijn laatste zucht voel ik opluchting. Diepe en grote opluchting. Als een echo schokt af en toe nog een ledemaat wat na. Ik voel me vol en warm. Helder en fit, ondanks het feit dat ik de afgelopen nachten erg slecht heb geslapen en dat ik al drie dagen niks heb gegeten. Ik voel rust. Ik kijk L. aan en zeg: “Ja, ik ben er klaar voor. Ik ben er helemaal klaar voor”.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten