zondag 5 juni 2016

Op het strand

Terwijl ik met mijn voeten stabiliteit probeer te vinden in het rulle zand kijk ik de kring rond en probeer de aanwijzingen van Kim, vriendin en Nia teacher, op te volgen. Zij organiseerde deze Nia workshop op het strand van Scheveningen als een saluut aan mijn moed om naar mijn verlangen te luisteren en alle gevolgen van mijn transitie te trotseren. Ik inspireer haar daarmee en daarom doneert ze de opbrengst van vandaag aan mijn crowdfundingsactie. Ik voel me heel erg vereerd en ook ongemakkelijk met al deze aandacht. En er is iets wat het ongemak nog groter maakt.

Opeens stapt zij de kring binnen. Een leerlinge van Kim, maar ook een ex-vriendin van mij met wie ik al jaren geen contact meer had; ik zal haar hier C. noemen. Ik wist dat ze zou komen – ze had contact met me gezocht toen Kim onder haar leerlingen het goede doel achter deze benefiet workshop bekend maakte en daarbij mijn naam had genoemd. C. wist dus van mijn transitie en was benieuwd me te ontmoeten. Dat was wederzijds. Maar ik vond het meteen ook spannend. Hoe zou ze er uit zien? Hoe zou het voor haar zijn om haar ex-vriendje als vrouw te zien? Zouden we bij de eerste aanblik allebei meteen de klik van jaren geleden weer voelen? Of juist helemaal niet meer? Of vervelender: een van ons wel en de ander juist niet? Maar toen we met de workshop begonnen, was C. er niet. Dat voelde gek genoeg toch een beetje als een blauwtje. En nu ze een paar minuten te laat alsnog de kring instapt, voel ik blijdschap en spanning tegelijk.

Ik kijk haar even aan en ze kijkt terug. In een milliseconde probeer ik in haar ogen te lezen wat ze denkt, wat ze voelt. Tegelijk merk ik dat ik aarzel om mijn eigen ogen te laten spreken, om mezelf niet teveel bloot te geven voordat ik weet wat ik kan verwachten. Gek mechanisme is dat: aftasten om jezelf te beschermen belemmert het spontane contact waardoor je juist minder te zien krijgt. Ik zie die automatische reactie gebeuren en dat geeft me de gelegenheid om het te stoppen. Ik probeer mijn blijdschap toe te laten. Ik lach naar haar, ze lacht even terug en we knikken lichtjes met ons hoofd. Het is voor haar net zo’n gekke situatie als voor mij, dat is duidelijk. Gelukkig voert de flow van de workshop ons verder en hoeven we nog niets te doen met deze situatie. De hele kring beweegt, danst en ontspant en wij bewegen, dansen en ontspannen mee.

Na afloop van deze intense workshop, waarin ik mij op mijn pad naar Thailand gesteund voelde door alle deelnemers, lopen C. en ik op elkaar af. Uiterlijk is ze geen spat veranderd. Ik wel. We kussen elkaar op de wang en blijven vlak voor elkaar staan. We houden elkaars onderarmen vast en we praten. Dat voelt niet ongemakkelijk. Integendeel, het voelt heel vertrouwd om zo met elkaar te staan. Ik voel liefde, zoals ik die destijds ook voor haar voelde. Tegelijk voel ik een alertheid bij ons allebei omdat we nog niet goed weten wat de ander verwacht. We praten wat over mijn transitie, haar werk, haar moederschap en wat al niet meer. Na een tijdje vraag ik haar of ze wil blijven om samen iets te drinken in de strandtent achter ons. Dat wil ze.

Op de robuuste houten bank op het terras zitten we bij elkaar en praten. Urenlang. Ik voel hoe ze gegroeid is – ze is veel rustiger en opener – en ik realiseer me dat dat bij mij ook het geval is. Af en toe komt de man die ik vroeger was in me boven. Hij is het immers die in onze herinneringen figureert. Met die man komt ook een sterker gevoel van aantrekking naar boven. Maar ik heb nu liever vanuit Lisa contact met C. De aantrekking die ik als vrouw voor haar voel heeft een heel andere kwaliteit: meer in het hier en nu, zonder verlangen, en dat bevalt me beter. Als het ware alsof we vriendinnen zijn die elkaar lang niet gesproken hebben. We praten vanuit wederzijds vertrouwen en respect. Zonder dat er iets goed gemaakt of uitgepraat moet worden van de relatie die we ooit hadden. We zijn gegroeid, allebei. De herinnering aan de relatie die C. en ik hadden als vrouw en man echoot op de achtergrond. Dat maakt de hele situatie surrealistisch, maar doet niets af aan hoe fijn het nu is.

Wanneer we afscheid nemen, kussen we elkaar op de mond. We spreken af om elkaar over een tijdje nog eens te gaan zien. Met een glimlach van dankbaarheid loop ik naar de tram. Ik voel het fijne contact met C. nog. En mijn hoofd probeert de ontmoeting van vandaag een plek te geven in het bizarre grotere plaatje van mijn transitie. Een transitie waarin vrijwel alles onverbiddelijk anders is geworden dan in mijn mannenleven was. Waarin het verleden soms pijnlijk wringt met het heden en relaties verstoord raken. Vandaag ervaarde ik hoe mooi het is dat het verleden zich ook met liefde en respect een plekje in de toekomst kan verwerven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten