vrijdag 10 juni 2016

Piemel

Ik ben bij mijn oppaskindje. We spelen samen en ineens draait hij zich van me af om iets te gaan pakken. Op dat moment priemt een snijdende lucht zich in mijn neus. Poepluier. Onmiskenbaar. Deze schat is na S. en het zoontje van M. het derde kindje in mijn leven waar ik regelmatig de luier van verwissel, dus ik mag mezelf wel ervaren noemen. Voor een poepluier draai ik mijn hand niet om.

In een oogwenk ligt mijn oppaskindje op de bank. Billendoekjes en schone luier gepakt, broek uit, romper los, luier af, benen omhoog om te voorkomen dat er poep op de bank komt, poetsen, nieuwe luier eronder, benen loslaten. De lieve schat laat het allemaal gebeuren. Hij wacht gedwee zijn moment af: het moment waarop hij met zijn piemel kan spelen. Dat is helemaal de bom als je bijna drie bent en omdat het een normale fase is in de seksuele ontwikkeling van een kind, geef ik hem alle ruimte en wacht ik rustig tot hij uitgespeeld is en ik de luier kan vastmaken. Hij duwt en trekt aan zijn piemel en krijgt er zichtbaar plezier in. Dat is niet alleen aan zijn gezicht af te lezen, zal ik maar zeggen. Ik zie het tafereel en onwillekeurig kleuren mijn gedachten het binnen de context van mijn aanstaande operatie. In gedachten hoor ik mezelf zeggen: “Ik hoop dat je voor altijd zo blij met je piemel zult blijven als nu”. Het proces dat ik doormaak gun ik niemand en zeker niet deze lieve schat. Ik probeer mezelf te herinneren of ik ooit als jongetje van drie ook zo onvoorwaardelijk blij was met mijn piemel. Of er ooit een moment was waarop ik geen dysforie had. Ik kan het me niet herinneren. Ik weet dat ik in mijn pubertijd echt frustratie over mijn piemel voelde. Nooit eerder? Ik heb vroege herinneringen aan mijn vader die me corrigeerde op meisjesachtig gedrag. Maar wist ik als driejarig jongetje al dat er iets niet klopte?

Ineens overmant een triest gevoel me. Ik zie dat kleine jongetje voor me dat ik ooit was. Mijn handje graaiend naar mijn geslachtsdeel, dat op dat moment niets meer was dan gewoon een deel van mijn lichaam. Zonder besef van de verwachtingen die mijn omgeving mij zou gaan opleggen gebaseerd op dit lichaamsdeel. Onwetend van het nare onbehagen ten aanzien van mijn gender dat me nog te wachten zou staan. Onwetend van de barre tocht die ik zou gaan ondernemen om te herstellen wat de natuur had nagelaten.

De brede lach van mijn oppaskindje haalt me uit mijn gedachten. Zijn handje speelt nog naar hartenlust met zijn piemel. Ik lach een droeve glimlach naar hem en leg zijn luier over zijn hand, met de piemel er nog in. Dat is voor hem het teken om zijn hand terug te trekken, waarop ik de luier vastmaak, de romper weer sluit en hem zijn broek aantrek. Terwijl ik hem optil, geef ik hem een dikke kus op zijn wang. In gedachten stel ik me voor hoe ik de kleine jongen die ik ooit was, ook op de wang kus.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten