donderdag 23 juni 2016

Ramadanders

Het glas voelt warm in mijn hand. Terwijl ik gedachteloos naar buiten staar naar de dagelijks terugkerende avond-hoosbui van het Bangkokse regenseizoen, neem ik een slok. Ik proef heerlijke kippenbouillon, die me in de lach doet schieten. Kippenbouillon? Was dat maar waar. Het is gewoon een glas heet water met wat zout. Een hoogtepunt in mijn zeer beperkte menu. Ik heb al twee dagen niks gegeten als voorbereiding op mijn operatie. De darmen moeten helemaal leeg zijn, zodat dr. Chettawut ruimte heeft om te manoeuvreren bij maken van de holte van mijn vagina. Ook is het fijn dat, mocht hij toch per ongeluk in de dikke darm prikken, er niet meteen allemaal ontlasting in het operatiegebied loopt. De kans op infecties is van zichzelf al groot genoeg. Daarom mag ik sinds gisteren niets meer eten en alleen heldere vloeistoffen drinken. Let wel: dat zijn vloeistoffen waar geen vetten, eiwitten of vezels in mogen zitten. Dus eigenlijk alleen maar water met suiker, zout en/of smaakstof. Mijn menu bestaat dus uit enkel thee, water en energiedrank. Dat laatste is natuurlijk om er voor te zorgen dat ik niet van mijn houtje ga. Na de operatie is het menu nog zeker een dag of vier hetzelfde. De benedenboel wordt strak ingepakt in een pakking om zwelling te voorkomen. Goed idee natuurlijk, behalve dan dat ik dus niet kan poepen. En niet poepen betekent niet eten. Gelukkig mag ik twee dagen voor de pakking er af gaat mijn menu weer uitbreiden met bouillon en vruchtensap.

Het is best te doen om niet te eten, zolang je maar niet gaat tellen hoe vaak je aan eten denkt. Vandaag trok ik er met L. op uit om nog iets van Bangkok te zien voor ik het ziekbed in moet: het Koninklijk Paleis en het tempelcomplex Wat Pho. Precies de afleiding die ik nodig had, ware het niet dat ik de hele dag overal eten zag en rook. Steeds opnieuw trok mijn hongerige buik verlangend samen. En steeds opnieuw suste ik mijn spijsvertering eventjes met een flinke slok Gatorade.

Terwijl het buiten hoost en bliksemt, besef ik me dat mijn hunkering naar eten langzaam wel sterker begint te worden. Ik had niet verwacht te gaan hallucineren, en zeker geen waanbeelden van kippenbouillon, maar het gebeurde zojuist toch. Na twee dagen vasten – Ramadanders: een soort Ramadan, maar dan anders – begrijp ik iets meer waarom in veel religies vasten gezien wordt als een spiritueel offer: het vraagt heel wat zelfbeheersing om alle verleidingen te weerstaan en om helder van geest te blijven. Net als in de spirituele tradities is mijn vastenperiode ook bedoeld om een transformatie van het oude naar het nieuwe mogelijk te maken. Schoon schip maken. Boete doen voor alle zondes uit het verleden en jezelf reinigen om dichterbij het licht te komen. Alleen reinig ik me niet van zondes, maar van een verleden als man dat ik met de operatie over twee dagen definitief afsluit.

1 opmerking: