zaterdag 25 juni 2016

Tijdperk

Nog anderhalf uur wachten en dan worden we naar de kliniek gebracht. Ik had gehoopt mijn voorbereidingen naadloos te kunnen laten aansluiten op dat moment, zodat ik niet hoefde te wachten. Maar helaas was mijn nacht zo kort dat inmiddels alle voorbereidingen achter de rug zijn. Ik heb zojuist mezelf gedoucht, mijn gezicht, oksels en benen geschoren, mijn haren gewassen en mijn nagels verzorgd. Want daar zal het voorlopig allemaal niet van komen. Ik deed alle handelingen heel kalm en geconcentreerd, want ik wilde heel bewust deze aandacht aan mijn lichaam geven. Mijn lijf krijgt nogal wat te verduren de komende uren. Beter maar even extra lief tegen zijn.

Terwijl ik douchte voelde ik me zwaar en melancholiek. Ik beleefde dit dagelijkse ritueel als iemand die op weg is naar de galg. Mijn vreselijk knorrende maag herinnerde me eraan dat mijn galgenmaal al weer drie dagen geleden was. Gelukkig kan ik al die handelingen straks gewoon weer doen, ook al gaat het nog wel even duren. De komende week zal mijn kruis ingepakt zijn om zwelling en infectie te voorkomen en de weken daarna mag ik niet douchen. Maar het ritueel van vanochtend wordt vanzelf weer een dagelijks ritueel. Op één ding na.

Nadat ik mijn lichaam goed had ingesponst met ruim schuimende douchegel, spoelde ik met de waterstraal alles van mijn lichaam af. Automatisch pakte ik mijn piemel vast. Toen stokte ik. Ik realiseerde me dat dit de laatste keer ging zijn dat ik hem waste. Ik trok mijn voorhuid tussen duim en wijsvinger naar achteren en terwijl het warme water van de douche mijn eikel waste, gleden tranen over mijn gezicht.

Het tijdperk van de piemel is voorbij. Een tijdperk waarin, tegen mijn wil, een identiteit ontwikkelde als man en daar voor het oog van de buitenwereld succesvol in was. Dit tijdperk wordt nu met terugwerkende kracht gesymboliseerd door mijn piemel. Hij was me vaak tot last en het duurde lang voordat ik hem kon zien als onderdeel van mijn lichaam. Maar mijn piemel bracht me ook mooie momenten in intimiteit met vrouwen. En mijn piemel bracht me S. Ik mis hem. Hij mist mij ook, dat weet ik. Als we elkaar later weer ontmoeten (wat ik hoop en waar ik vanuit ga) dan ben ik een vreemde voor hem. Dit proces is voor mij zo transformerend, dat hij me niet meer terug zal kennen. En dan bedoel ik niet het fysieke aspect. Het feit dat hij dan zal weten dat ik geen piemel meer heb maar een vagina, zal hem voorzichtig maken denk ik. Uit angst voor het onbekende. Ik ben geen onbekende, maar ik ben verder getrokken in mijn leven. Net als hij dat zal zijn. Mijn hart breekt bij het besef dat we dat dan niet samen hebben kunnen doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten