maandag 4 juli 2016

Singing in the rain

Al ruim een week leef ik enkel in onze hotelkamer. In het begin kon ik natuurlijk mijn bed amper uit, maar ik begin me steeds fitter te voelen en ik kan me fysiek gezien al weer aardig bewegen, zolang ik alles maar geleidelijk en kalm doe. Dus ik zit regelmatig aan tafel, of hang op de bank. Vanochtend heb ik voor de derde keer samen met L. in de ontbijtzaal gegeten: hoogtepunt van de dag want verder verlaat ik de hotelkamer niet. Ik hang de hele dag in onze hotelkamer (behoorlijk ruim dus dat is het punt niet) in de steriele aircolucht: een cocon waarin het echte leven niet doordringt. Elk uur heeft dezelfde energie: hangen, zitten of liggen. Ik wil er op uit. Ik ben het zat. Ik slaap slecht van de sleur en het gebrek aan contact met het echte leven. Officieel mag ik van de dokter nog zeker een week het hotel niet uit, maar ik weet dat ik relatief snel aan het herstellen ben. Dat zie ik aan hoe de andere transgenders er bij lopen in de ontbijtzaal. Dus vanavond lapte ik het verbod aan mijn laars.

L. ging na het eten (heerlijke roomservice hier!) even liggen om bij te komen. Ik trok mijn slippers aan, moffelde mijn katheterzak weg in de harembroek die ik droeg en stapte de kamer uit. Lift in, veertien verdiepingen naar beneden en door de hotellobby naar de grote glazen voordeur. Op het moment dat ik de klink vastpak, roept de receptioniste me terug. Heel even denk ik dat ze door Chettawut geïnstrueerd was wie al wel en wie nog niet naar buiten mocht. Betrapt kijk ik over mijn schouder en ze komt aanlopen met een paraplu. Ik kijk naar buiten en het regent inderdaad pijpenstelen. Bangkokse regentijd betekent vrijwel elke avond warme douches op straat. Ik kijk de receptioniste aan en schud nee. Geen paraplu. Ze dringt aan. Het regent, vertelt haar lichaamstaal. Nou en?, antwoord mijn lijf. Ik trek de deur open en stap naar buiten, de receptioniste hoofdschuddend achterlatend. Een warme weldadige douche klettert op mijn hoofd. Dit is de wereld. Dit is het leven. Ik leef!! Ik spreid mijn armen uit en begin te lachen. Ik moet me zelfs inhouden om niet te gaan dansen en zingen van plezier; dat zou echt nog te riskant zijn voor mijn nieuwe vagina.

Ik loop een stukje de straat in. Veel mensen kijken me meewarig aan vanonder hun paraplu of kijken chagrijnig voor zich uit als ze hun paraplu vergeten waren. En ik lach. Mijn kleren worden nat, mijn haar wordt nat. Ik voel druppels over mijn gezicht stromen. Het water stroomt langs me, maar de levensenergie spoelt met hoge druk mijn lijf in. Ik wandel langzaam nergens heen. Ik hoef nergens heen. Ik ben hier. Midden in het leven. Mijn beschermende en ook knellende cocon van het patiënt-zijn is er even niet. Met een grote grijns wandel ik langzaam terug naar het hotel. Ik moest niet overmoedig worden; ik ben tenslotte nog patiënt. Maar na dit avontuur wel een blijere patiënt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten