dinsdag 5 juli 2016

Tweede ronde

Gisteren voelde ik me heel fit, als een soort apotheose van een opbouw in de dagen daarvoor. Tenminste, vandaag blijkt dat het een apotheose was. Beter werd het niet. Vandaag voel ik me ziek. Vandaag word ik opnieuw geopereerd. De borstvergroting die vorige week is uitgevoerd, wordt teruggebracht tot een kleinere omvang. Ik was erg geschrokken van het eerste resultaat en al mijn aannames bleken correct: nee, de omvang neemt nauwelijks af tijdens het herstel. De zwelling die de pijn veroorzaakt zit vooral van binnen. De brute borstmassages verminderen niet de zwelling, maar maken de vorm en het natuurlijke gevoel van de borst op langere termijn (half jaar tot een jaar) beter. De eerste reactie van de verpleegster (o, dat trekt wel bij, kijk het maar een half jaar aan) blijkt dus inderdaad niet te kloppen. Ik ben zo blij dat ik mijn intuïtie heb gevolgd. Daardoor had ik gisteren een gesprek met de arts die mijn vermoedens bevestigde. En die me ook bevestigde, dat als ik wilde verkleinen ik dat het best zo snel mogelijk kon doen. Over een half jaar is de operatie risicovoller en leidt het tot meer littekens.

Ik had de kliniek gezegd dat ik zelf fit genoeg was om langs te komen. De chauffeur zou mij en L. bij het hotel komen ophalen, net zoals bij het intakegesprek en bij de eerste operatie. Tot mijn verrassing  blijkt de Lieve Zuster (Noy heet ze eigenlijk) er deze keer ook bij te zijn. Ik begroet haar hartelijk en ze grijpt meteen mijn arm vast om me te ondersteunen. Het dringt tot me door dat ze niet voor de gezelligheid is meegekomen. De kliniek verwacht een behoorlijke zwakke patiënt; het is immers pas negen dagen na de eerste zware operatie. Maar ik voel me geen patiënt. Ik voel me fit en kiplekker. Dus ik streel haar arm uit dankbaarheid, trek mijn eigen arm los en loop monter, voorop, naar de taxi. Mijn zitdonut onder mijn arm natuurlijk. De chauffeur spoedt zich naar voren om het portier te openen en relatief soepel ga ik in de auto zitten. De chauffeur en de Lieve Zuster kijken verbijsterd. “You strong patient”. Ja, ik weet het.

De zuster bij de balie van de kliniek is on-Aziatisch expressief in haar gezicht als ze me binnen ziet komen en me opvangt tot de dokter klaar is voor me. Haar ogen gaan wijd open als ze de relatieve souplesse ziet waarmee ik op mijn donut op een stoel in de wachtkamer ga zitten. Ze vraagt met een lichte zweem van verbazing in haar stem hoe het gaat en ik vertel, levendig, honderduit. Wanneer L. naast me mijn relaas bevestigt gaat ook haar mond verder open: “You look so good! Strong patient”. Ik vraag haar of mijn fitheid zo exceptioneel is en ze knikt met een ontzag alsof ik een Mariaverschijning ben.

Eenmaal in Chettawut’s spreekkamer zie ik dezelfde reactie in zijn ogen, ook al laat zijn gezicht zich – een Aziaat waardig – wat minder duidelijk lezen. Ja, ik voel me goed. Mijn herstel gaat volgens mij prima, en dat mijn zorgen over mijn borsten gehoord zijn en eventueel opgelost kunnen worden, heeft me erg opgelucht. Ik dank Chettawut voor de prachtige vagina die hij me gegeven heeft en we pakken elkaars armen vast. Dan bespreken we mijn zorgen over de bovenboel met als conclusie dat als ik de borsten wil die ik eigenlijk bedoelde, dat hij zou moeten heropereren. Samen – Chettawut, L. en ik – bepalen we, met alle ervaringen van de eerste keer, de gewenste grootte. “Morgen kan ik je opereren”, zegt hij, met dezelfde luchtigheid die ik voelde bij een tweede operatie zo kort na de eerste. Geen probleem. Ik voel me sterk en hij ziet een patiënt die veel sneller dan gemiddeld aan het herstellen is. Hij is duidelijk op een of andere manier geraakt door mij, want bij het afscheid nemen krijg ik een knuffel van hem. On-Aziatischer kan het niet in dit land waar iedereen bij begroeting op gepaste afstand een namasté handgebaar maakt. Tevreden zit ik een paar minuten later in de taxi terug naar het hotel. Blij dat ik mijn intuïtie gevolgd heb. Blij dat ik over mijn trots heen kon stappen om toe te geven dat ik het de eerste keer niet goed had ingeschat. Blij dat Chettawut het meteen allemaal voor me kan oplossen.

Maar vandaag voel ik me minder opgewekt. Het toenemende ongemak dat ik de laatste dagen voelde over mijn katheter resulteerde vanochtend in een klein klontje bloed in mijn urine. Mijn lichaam is klaar met deze plastic slang in mijn urinebuis. Ook voelde ik sensaties rond mijn vagina die ik niet kon interpreteren als tot leven komende zenuwen. Het was gewoon pijn. En vanochtend lagen er iets donkere en grotere vlekken op het luiermatje in mijn bed dan de afgelopen dagen steeds was. Dit was geen post-operatieve vaginale afscheiding. Dit was bloed. Aan een van de schaamlippen lijkt een hechting minder goed dicht te zitten. De andere bron van zorg zit rond mijn clitoris, maar daar kan ik niks van zien omdat ik mijn schaamlippen bij elkaar moet houden. Weinig geruststellende signalen. Was de dag van gisteren dan toch te inspannend? Heb ik toch te lang gezeten en te weinig gelegen? En als derde bron van onrust begin ik nu toch meer ontzag te voelen voor de tweede narcose dan gisteren het geval was. Pffff, een tweede operatie. Een tweede herstelperiode met pijn en ongemak. Terwijl de eerste operatie nog maar nauwelijks achter de rug is en het herstel daarvan – ondanks al het gejubel – eigenlijk nog maar net begonnen is. Tot slot vertrekt L. naar Nederland één dag nadat ik weer uit de kliniek zal komen. De zorg voor mij is in goede handen bij Y. die ter aflossing hier komt, en ik kijk er erg naar uit om Y. te zien en te knuffelen. Maar voor dit wankele emotionele systeempje hier, voelt deze wisseling net iets te heftig. Ik voel me vandaag een heel klein zielig meisje dat de wereld even niet meer aan kan. Over een uur of vier à vijf komt Chettawut’s chauffeur me ophalen. De tweede operatie zal een paar uur later zijn. Ik denk dat ik me hier in bed nog maar even ga oprollen en diep onder de dekens ga schuilen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten