dinsdag 19 juli 2016

Uit mijn cocon

Met een droge klik sluit het slotje van mijn koffer. Mijn spullen zijn gepakt. Morgenochtend worden we al vroeg opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Dit ritje is het laatste deel van Chettawuts dienstverlening, maar afscheid hadden we al genomen. Tijdens de laatste controle, een paar dagen geleden, had Chettawut tevreden tussen mijn benen gestaard. Als een timmerman die monsterend naar zijn net getimmerde kozijnen keek, had hij het resultaat in zich opgenomen en trots gezegd: “It looks very good”. Gek genoeg heb ik zelf nog niet gezien wat hij zag, want ik mag mijn binnenste schaamlippen nog niet van elkaar halen, omdat het weefsel daaronder nog teer is. Ik neem die waarschuwing zeer serieus, want het laatste wat ik wil is dat ik in mijn overmoed mijn clitoris beschadig. Ik lijk wel een godsdienstige, want ik volg deze regel gedwee ten faveure van een enigmatische clitoris waarvan men zegt dat die bestaat, maar waarvan ik nog weinig bewijs heb gezien, behalve dan die incidentele pijnscheuten die ik voel en die ergens uit dat gebied lijken te komen. Het dichtst bij een bewijs kwam het moment dat Chettawut tijdens de laatste controle met een wattenstaafje rondom mijn clitoris draaide om de hechtingen waarmee dit stukje eikelweefsel was vastgezet van alle kanten goed te kunnen zien: ik voelde een sterke prikkel, duidelijk gelokaliseerd, niet pijnlijk, eerder raar en onbestemd, geruststellend en tegelijk uitnodigend. Een klinische aanraking als een sneak preview van wat me in de toekomst te wachten staat.

Mijn koffer zit vol. Het grootste deel van de kleding die ik had meegenomen is ongebruikt weer ingepakt. Tweederde van mijn tijd hier lag ik in bed, zonder kleren aan. En de overige tijd droeg ik steeds dezelfde jurk en dezelfde paar onderbroeken, elke paar dagen opgefrist door de wasmachine. Als souvenirs neem ik, behalve een klein Buddha-amulet, enkel voorwerpen mee die met mijn operatie te maken hebben: mijn dilatatieset, maandverband, medicijnen (antibiotica en anti-zwelling) en een grote voorraad glijmiddel omdat dat in Nederland veel duurder is dan hier. En natuurlijk mijn speciale, gesigneerde zitkussen – in de vorm van een donut om druk op mijn nieuwe, nog licht gezwollen en hypergevoelige vagina te voorkomen.

Morgen vlieg ik mijn cocon uit. Het was fijn om voor deze fysieke transformatie ver weg te zijn van mijn normale biotoop. Een overgangsritueel om in afzondering uit te voeren, zoals Aboriginal jongens alleen in de wildernis moeten overleven om man te worden of zoals een olifant de kudde verlaat om in stilte te sterven. Alleen keer ik al terug voordat mijn overgangsritueel klaar is. Mijn lijf is nog niet hersteld van de operaties. Ik heb nog zwelling bij mijn borsten en mijn schaamlippen. Ik heb nog lichte ontstekingen bij enkele hechtingen bij mijn schaamlippen. Een deel van mijn vagina is gevoelloos en de rest is juist overgevoelig. Zitten is moeilijk en door het vele liggen is mijn algehele conditie erg achteruitgegaan. Mijn hoofd is heel snel overprikkeld; zo’n 80% van mijn hersencapaciteit is bewust en onbewust bezig om mijn nieuwe lijf eigen te maken, dus is er weinig over voor ervaringen buiten mij. Het nieuwe lichaam roept vervreemding, angst en verdriet op. Ik heb een lijf dat nog niet het mijne is en omdat het nog gehavend is kan ik het ook nog niet ten volle ontdekken. Op sommige momenten sta ik voor de spiegel en huil ik van opluchting dat ik eindelijk een vagina heb. Op andere momenten kijk ik vol afgrijzen naar de plek waar ooit mijn oude vertrouwde piemel zat. Ik weet van anderen dat het maanden vergt om in je nieuwe lichaam thuis te komen. Ik maak me dan ook geen zorgen. Maar de overgang van het ongewenste vertrouwde lichaam naar het felbegeerde onbekende lichaam maakt me onrustig en onzeker.

Midden in mijn overgangsritueel vlieg ik uit. Het lichaam is klaar. Maar mooie vleugels maken nog geen vlinder. Eerst zal ik stapje voor stapje mijn lichaam verzorgen, helen, me eigen maken. Ik verheug me er op om weer dierbare vrienden te gaan zien, om weer in mijn eigen huis te zijn, om langzaam in praktisch opzicht mijn leven weer op te pakken. Vaste grond onder mijn voeten, zodat ik weer kan gaan staan. Langzaam zal ik me de komende maanden oprichten, mijn vleugels spreiden en uitvliegen, naar ik hoop de zon tegemoet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten