woensdag 24 augustus 2016

Gendereuforie

Voor mijn operatie had ik af en toe de fantasie dat ik, wanneer ik uit de narcose zou ontwaken, in één klap in een nieuw universum zou arriveren. Dat ik in één klap die nare nachtmerrie van een leven in een verkeerd lichaam achter me zou hebben. Dat alles zou kloppen. Dat ik gillend van blijdschap de hele dag door het huis zou dansen en zou roepen: “ik ben een meisje, ik ben een meisje!”. Een pathologische blijdschap die je best gendereuforie zou kunnen noemen. Ik kende de grilligheid van een transitie inmiddels goed genoeg om te weten dat het zo niet zou gaan, maar deze naïeve hoop bleef zich af en toe aan me opdringen. Als een voorbode van teleurstelling.

Inmiddels ben ik ontwaakt uit mijn narcose. En ik ben niet in een nieuw universum gekomen, maar gewoon in een volgende fase in het bestaande universum. Ik zit nu in de vervreemdende periode van inbetween-bodies: mijn vertrouwde mannenlijf is verdwenen en mijn nieuwe vrouwenlijf voelt nog vreemd. Ik besef me dat de herinnering aan mijn mannenlijf nog springlevend is, op termijn wellicht minder levendig zal zijn, maar misschien nooit helemaal zal verdwijnen. Omdat mijn weemoed het levend zal houden. Er is een stukje van mezelf voorgoed verdwenen (dat bedoel ik niet letterlijk) en daar voel ik niet alleen opluchting bij. En toch is het goed. Ik weet dat het goed komt. Dat mijn nieuwe lijf en ik straks dikke maatjes zullen zijn.

Regelmatig vragen mensen in mijn omgeving nu aan me hoe het met me gaat. Steeds vaker moet ik de neiging onderdrukken om niet mijn rokje en mijn slipje naar beneden te trekken om het prachtige resultaat te laten zien. Alsof het een net ontvangen verlovingsring is die je glunderend aan iedereen wilt tonen, als materialisatie van de prachtige, levenslange verbintenis die je op korte termijn zult aanvaarden. Gelukkig ben ik beschaafd genoeg om mijn kleren aan te houden. Alleen aan mijn trouwe mantelzorgers L., Y. en R. heb mijn vagina laten zien, wat gezien hun rol nauwelijks te vermijden was geweest als ik dat had gewild. Met mijn borsten ligt het anders. Sinds ik terug ben uit Thailand draag ik vooral laag uitgesneden jurkjes en tops. Mijn prachtige boezem gloort de hele dag en als mijn borstvergroting ter sprake komt, dan trek ik regelmatig mijn kleding nog wat open om de omstanders in volle glorie mijn prachtige rondingen te laten zien. Ja, ik ben trots. Ik ben trots op het resultaat en ik ben trots dat ik het heb gehaald. Dat ik mijn transitie, ondanks alle tegenslagen, ondanks alle verliezen, ondanks intense momenten waarop ik werkelijk alles wilde opgeven, tot hier heb volbracht; tot de meest symbolische mijlpaal in het hele proces. Heel jammer dat beschaving me weerhoudt om me niet steeds naakt te tonen aan wie het maar wil zien. En zelfs aan wie het niet wil zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten