vrijdag 26 augustus 2016

Professionele distantie

Geïnteresseerd hoort hij mijn verhaal aan. Ik vertel over Thailand, mijn operatie, mijn tweede borstoperatie, mijn tijd in mijn cocon in Bangkok, de steun van L. en Y., mijn thuiskomst en de brisante emotionele cocktail die het hele avontuur met zich meebracht. Mijn psycholoog van het VU heeft zijn oren gespitst, want hij weet nauwelijks iets van de gang van zaken in Thailand en de verschillen met de operatietechnieken die zijn eigen genderteam hanteert. Toch gek, voor iemand die mijn verwijsbrief heeft geschreven en formeel de casemanager is bij het VU. Zoals eerder, krijg ik ook in dit gesprek het gevoel dat ik mijn VU-psycholoog aan het opleiden ben, zoals al sinds het begin van ons contact in 2013. Mijn psycholoog was nog niet zo lang daarvoor afgestudeerd en had (zoals alle net afgestudeerde psychologen) weinig kennis van genderdysforie. Hij heeft veel geleerd van mij. Dat bedoel ik niet arrogant, maar ik was een van zijn eerste transgendercliënten en vermoedelijk de eerste met zoveel kritische gedetailleerde zelfreflectie, ontvankelijkheid voor feedback en kennis van psychologie. Mijn eigen psycholoog zei me wel eens dat de VU-psycholoog “in zijn handjes mocht knijpen” met mij als cliënt.

Ik vond van het begin af aan mijn VU-psycholoog iets aandoenlijks hebben in de manier waarmee hij ‘professionele distantie’ probeerde te behouden. Hij zei stelselmatig ‘U’ tegen mij en probeerde angstvallig te verbergen dat hij af en toe de weg kwijt was in de complexe materie van genderdysforie. Voor mij hoefde hij dat niet te verbergen, want dat was zo duidelijk als wat. Meestal redde ik hem door het gesprek dan zo te sturen dat hij weer op een coherent spoor terecht kwam. Hij deed teveel zijn best, waardoor het allemaal iets krampachtigs en iets ongemakkelijks kreeg.

Tijdens onze eerste gesprekken vroeg ik hem steeds mij te tutoyeren omdat al dat ge-u een voor mij onwenselijke afstand creëerde. Als hij van mij verwacht dat ik mijn diepste gevoelens en angsten met hem deel, dan moet hij uit de ivoren toren komen, anders voelt het voor mij niet veilig. Professionele distantie is prima, maar moet in balans zijn met ‘therapeutische nabijheid’. Dat had hij vast toch geleerd op de opleiding. Alle begin is moeilijk, zo bleek maar weer. Gelukkig ontdooide hij in de loop der tijd, maar nog altijd wordt hij nerveus als ik iets te persoonlijk naar hem ben. Zoals ook in dit gesprek zou blijken.

Na mijn relaas over Thailand ronden we niet alleen het gesprek, maar ook ons traject af. In het perspectief van de VU ben je na de operatie medisch gezien immers klaar (gewoon een kwestie van hormoonbehandeling monitoren, verder niks) – dus case closed – en zo voelde het voor mij ook. Althans, dat ik klaar ben bij het VU tenminste. Misschien wil ik nog wel eens ooit de mannelijke weggevers in mijn gezicht aanpakken, maar voorlopig niet; eerst maar eens landen in mijn nieuwe lijf en daar heb ik het VU niet bij nodig. Misschien zoek ik wel binnenkort een andere endocrinoloog voor mijn hormoonbehandeling, want ik heb eigenlijk mijn buik wel vol van het VU Genderteam met hun arrogante, bureaucratische ‘u-vraagt-wij-draaien-wat-wij-willen’ mentaliteit. Ik heb het nog lang volgehouden, al zeg ik het zelf.

Mijn psycholoog en ik staan op. “We gaan wel zoenen, hoor”, zeg ik en voor hij kan reageren geef ik hem drie zoenen op zijn wangen; dwars door zijn professionele pantser heen. Ietwat beduusd en duidelijk uit evenwicht gebracht zegt hij: “ik ben niet zo goed in afscheid nemen”. In zijn ogen glanst traanvocht. Ik glimlach en loop de kamer uit. Het is de VU-psycholoog in mijn geval duidelijk niet gelukt om zijn professionele distantie te bewaren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten