zondag 4 september 2016

Deurbel

Terwijl ik de was sta op te hangen, gaat de deurbel. Ik gooi het vochtige kanten hempje terug in de wasmand, loop naar de voordeur en doe die open. Voor me staat een vrolijke zelfbewuste jonge vrouw en ze stelt zich aan me voor. “Ik ben de vriendin van S.”, zegt ze, “en ik vind het stom dat jullie elkaar niet meer zien”. “Ik ook, lieverd”, antwoord ik en ik laat haar binnen. En dan word ik wakker. Ik huil.

Het is niet de eerste keer dat ik deze droom heb. Deze droom is bij me sinds een aantal maanden. Eerdere keren bereikte S. z’n vriendin nog de woonkamer, de bank, het kopje thee. Maar altijd breekt de droom net zo abrupt af als nu. En net als altijd is het decor – mijn huis – niet het huis waar ik nu woon. De hint van mijn onderbewuste is duidelijk: het zal nog wel even duren voor S. en ik elkaar gaan zien. Ik moet er eerst nog voor verhuizen en ik heb in het geheel geen plannen in die richting. En S. moet eerst nog verkering krijgen en de leeftijd van de jonge vrouw uit mijn droom lijkt ook te willen zeggen dat het nog wel even zal duren. Toen S. ruim anderhalf jaar geleden het contact verbrak zei mijn gevoel dat het misschien wel twee, drie jaar zou duren. Maar de droom met de vriendin van S. lijkt me te willen zeggen dat die inschatting nog te optimistisch was.

Ineengedoken onder het dekbed, met Beer in mijn handen, huil ik mijn tranen. Om me minder alleen te voelen stel ik me voor dat S. nu ook in zijn bed ligt, met zijn beer in zijn armen. En dat hij me ook zo mist. In gedachten sla ik mijn arm om hem heen en heel even voel ik hem, ruik ik hem, zie ik hem. Heel even, in het verdriet van het gemis, zijn we samen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten