maandag 12 september 2016

Nummer Tien

Geroutineerd stuur ik mijn auto de parkeerplaats op; de route naar deze GGZ instelling is inmiddels vertrouwd geworden. Op de laatste tien kilometer na is het ook de route die ik jarenlang elke twee weken aflegde om S. op te halen voor een weekend met mij om hem – twee dagen later – via dezelfde weg weer thuis te brengen. De laatste keer dat ik dat ook daadwerkelijk deed was meer dan anderhalf jaar geleden en inmiddels is de route naar de GGZ instelling haast vertrouwder geworden: het afgelopen jaar ben ik hier zeker wel een keer of zeven, acht geweest. Vandaag zou ik een nieuwe therapeut ontmoeten die zich over S. zou gaan ontfermen. Ik heb de afgelopen anderhalf jaar veel hulpverleners zien komen en gaan, vaak moest ik mijn rechtmatige positie als ouder dan opnieuw claimen omdat hulpverleners er voor hun eigen gemak maar vanuit gaan dat ouder A ouder B vertegenwoordigt; zelfs in een dossier waarin expliciet sprake is van verstoorde relaties. En hier was ik dan, voor een kennismakingsgesprek met hulpverlener Nummer Tien. Ik voel de hoop dat deze de begeleiding van S. serieus en voortvarend gaat oppakken en dat hij ook zal blijven. Die hoop had ik de negen keer hiervoor ook, maar steeds werd die verijdeld omdat de therapeut ziek werd, S. geen klik bleek te hebben, of de zorg weer naar een andere instelling werd overgeheveld omdat de ondoorgrondelijke logica van jeugdzorg dat dicteerde. Met als gevolg dat S. er al anderhalf jaar alleen voor stond in de verwerking van mijn transitie en zijn eigen ziekte. Nou ja, niet helemaal alleen, maar mijn ex heeft zo haar eigen agenda – onbewust, zo houd ik mezelf uit zelfbescherming maar steeds voor.

Eenmaal binnen schudt Nummer Tien mij de hand. Ik kijk in een vriendelijk gezicht. En verder zie ik niks. Het is een gezicht, een masker. Tijdens het gesprek lukt het niet om wezenlijk contact met deze man te krijgen. Hij heeft meningen over de situatie die overtuigend klinken, soms hout snijden en even zo vaak nergens op slaan. En zelden gebaseerd op deugdelijk overgedragen kennis van de voorgeschiedenis. Daar gaan we weer… terug naar Start. Ik ben zo druk bezig mezelf te laten zien als stabiele, liefhebbende en redelijke ouder dat me pas achteraf zal doordringen dat niet alleen de therapeut veranderd is, maar ook de therapie. Waar de vorige therapeut contactherstel tussen S. en mij nog als een instrument zag om S. vooruit te helpen in zijn proces, zo ziet deze dat voorlopig zeker niet gebeuren. Mijn rol in de marge wordt dus impliciet, maar officieel, verlengd. Tot nader order.

Na afloop van het gesprek loop ik door het gebouw naar de uitgang. De stralende nazomerzon begeleidt me over de parkeerplaats naar mijn auto. Mijn gedachten zijn nog bij het gesprek en ik vergeet de mogelijkheid dat ik mijn ex nu tegen zou kunnen komen. Ze heeft immers vandaag ook een afspraak hier. Een zilvergrijze Mercedes draait de parkeerplaats op en ik weet meteen dat zij het is, ook al spiegelt de voorruit in de felle zon en heb ik geen flauw benul wat het kenteken van haar auto is. Ik sta stil en kijk op om haar te begroeten met een knik en een opgestoken hand. Maar mijn hand blijft op zijn weg omhoog steken. Mijn ex is niet alleen. Naast haar zit S. Hij ziet er goed uit. Bleek, maar gezond. Geen uitgemergeld gezicht van ondervoeding, geen opgeblazen gezicht van Prednison. Het gaat goed met hem en dat doet me deugd. Hij kijkt me aan, met een kalme blik. Geen ontwijkende gebaren, geen afgewend hoofd. Hij kijkt naar me en steekt zijn hand op. Mijn ademhaling is stilgevallen. Ik voel verlangen, een impuls om achter de Mercedes aan te rennen, om die te stoppen, om de portier op te rukken en mijn zoon te omhelzen. Maar mijn voeten zijn met honderdtwintig tentharingen in de zandgrond verankerd. Vlak voor de bocht die S. en mij het zicht op elkaar zal ontnemen, lach ik naar hem en lukt het me eindelijk om mijn hand verder omhoog te bewegen. S. heeft het gezien. S. heeft me gezien. En ik hem. Mijn hart loopt vol van hoop. Wanneer even later de tranen komen, realiseer ik me dat die hoop het enige is dat ons op dit moment verbindt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten