woensdag 7 december 2016

Eerbetoon

Ik lig in bed. Met een hand druk ik de dilatatie-pelotte aan die mijn neo-vagina open moet houden. Werktuiglijk, zonder speciale aandacht. In mijn andere hand heb ik een boek en ik lees. Ik lees The Danish Girl; het boek waarop de gelijknamige film is gebaseerd. Het verhaal gaat over Einar Wegener, een Deense kunstschilder die door de liefde en het non-conformisme van zijn vrouw Gerda voor het eerst in zijn leven de ruimte voelt om de vrouw die in hem leeft te laten zien. En zo wordt, tijdens het interbellum, Lili Elbe uit hem geboren. Gerda steunt Lili voorbij de angst, de vervreemding en de grenzen van hun relatie.

Mijn ogen glijden koortsachtig over de woorden in het boek. Elke bladzijde brengt me terug bij een moment in de afgelopen zes jaar. Terug bij M. en onze liefde voor elkaar. Haar non-conformisme en haar steun en liefde voor mij. Het boek is een eerbetoon aan Gerda en Lili. Een eerbetoon aan M. en mij. Een eerbetoon aan grenzeloze liefde, voorbij ideeën van hoe het zou moeten zijn. Liefde die strandt in het onvermogen om twee levens in gezamenlijkheid vorm te geven. Ik lees de woorden, op zoek naar antwoorden, verlossing zelfs. Maar ze brengen me niets dan intense herinneringen en de diepe pijn van verlies. Ik huil op bijna elke bladzijde. Ik huil zelfs nog meer dan ik tijdens de film al deed. Misschien is dat omdat ik nu in de intimiteit van mijn eigen slaapkamer ben. Misschien omdat het boek veel meer nuances en gebeurtenissen beschrijft dan de film. Misschien omdat ik sinds mijn operatie in een transformerende periode ben geraakt. Zulke periodes heb ik vaker gehad in mijn transitie: een sterke innerlijke concentratie, onttrokken aan zelfobservatie en analyse, maar voelbaar.

De laatste twee maanden leefde ik erg teruggetrokken. Ik had weinig contact met vrienden, met mijn meditatiegroep. Ik weet dat aan mijn enorm drukke werk-agenda en het moordende dilateerschema. Maar terwijl ik huilend opnieuw een bladzijde van dit confronterende boek omsla, realiseer ik me dat er iets anders is waardoor ik in hard werken verdween. Ik vlucht, uit angst om de realiteit ten volle onder ogen te zien. De realiteit die in de woorden van Lili als een harde dreun tot me komt: “Ze dacht aan bange Einar, van de rest van hen gescheiden, op de een of andere manier weg – voorgoed weg”.

Ja ik mis Man-ik. Ja ik mis dat leven. Niet dat ik dat leven wilde, niet dat het makkelijk was om het te leven, maar in elk geval was duidelijk wat er van me verwacht werd. Mijn toekomst boezemt me angst in. Niet vanwege de vrijheid te zijn wie ik wil, maar vanwege de verantwoordelijkheid het te laten slagen. Als een verplicht eerbetoon aan het grote offer dat Man-ik gebracht heeft. Er wacht nog zoveel op me: de ontdekking van mijn nieuwe seksualiteit, een relatie, het opnieuw vervullen van het ouderschap, het lijmen van brokstukken uit mijn oude leven. Ik ben bang voor wat er komt. Bang voor wat er moet. Bang voor de verantwoordelijkheid van het lot in eigen hand nemen.

vrijdag 2 december 2016

Loszittende tegels

Vandaag durfde ik het aan: fietsen. Drie maanden lang mocht het niet van dr. Chettawut. Het tere weefsel van mijn vagina moest eerst goed helen, hechten en doorbloeden. Mijn dappere (of moet ik zeggen: ongeduldige) eerste poging aan het begin van de vierde maand was geen succes. Toen mijn vagina mijn fietszadel raakte, leek het alsof mijn clitoris door de druk er af geperst werd. En ik gebruik hier geen metafoor. Ik leefde al maanden met de angst dat het meest tere onderdeel van mijn nieuwe vagina zou afsterven of anderszins gevoelloos zou blijven en mijn onbarmhartige zadel perste gewoon alle bloed uit mijn schaamlippen en zitvlees; ik voelde het omhoog stuwen. Eigenwijs als ik ben, ging ik toch fietsen. Staand, dat wel.

Na een paar weken volgde de tweede poging en die verliep iets beter, qua pijn. Wel ging ik steeds bij elk hobbeltje (en ja een takje is ook een hobbeltje) even uit het zadel. Dat moest een grappig gezicht geweest zijn. De nasleep was echter niet grappig: dagenlang was mijn vagina rood en gevoelig. Toen sprak ik een quotum met mezelf af: maximaal eens in de vier dagen en dan niet langer dan tien minuten. In de praktijk vond ik mezelf na elke fietspoging weer minimaal een week bij de tramhalte. Fietsen was te oncomfortabel.

Het is inmiddels ruim vijf maanden sinds mijn operatie. Brak van een te korte nacht (niet van een spannend avontuur, maar van de werkstress helaas) snak ik vandaag naar frisse lucht en beweging en de zoveelste epilatiebehandeling van mijn baard is een mooie gelegenheid om er op uit te gaan. Ik pomp de te weinig gebruikte achterband op, pak mijn fiets uit de berging, en stap op de trapper. Voorzichtig ga ik zitten. Ik voel hoe eerst mijn jas het zadel raakt, dan mijn broek en dan mijn billen. Heel voorzichtig ontspan ik mijn benen iets. Ik voel me langzaam iets zwaarder worden op het zadel. En nog iets. En nog iets. Ja ik zit. Ik zit en het voelt oké. En terwijl ik mijn benen rondjes laat draaien op de trappers, concentreer ik me op het gevoel in mijn vagina. Het voelt goed. Een lichte druk, maar niet alarmerend. Voelt wel normaal eigenlijk. Fietsen op een scrotum was ook nooit een pretje. Na een minuutje kom ik bij een roodbetegeld fietspad. Mijn aandacht wordt getrokken door een knalgeel bord aan het begin ervan: “Pas op: loszittende tegels”. Meteen flitsen mijn ogen over het wegdek en ik veer instinctief omhoog. Hmmm, nee ziet er goed uit hier. Ik fiets door en laat me ontspannen op mijn zadel zakken.

Terwijl ik geniet van de lichaamsbeweging en het gevoel van vrijheid dat het fietsen me geeft, doolt mijn aandacht tussen mijn gedachten en alles wat er om me heen te zien is in deze levendige straat. Ineens voel ik het stuur in mijn handen licht schudden en ik hoor het typische rommeldebommel-geluid van wiebelende betonnen stoeptegels. Ik kijk naar beneden en ja: loszittende tegels. Meteen til ik mijn vagina van het zadel. Tegelijk realiseer ik me het vreemde daarvan: ik ga omhoog omdat ik de tegels zie, niet omdat ik een naar gevoel had in mijn vagina. Zou het dan inmiddels toch…? Voorzichtig ga ik weer zitten, terwijl de tegels onder mij blijven rammelen. Ik voel… Ik voel… Ik voel niks bijzonders. Ik fiets! Ik fiets over hobbels! Meteen vertelt een glimlach op mijn gezicht hoe blij ik ben dat ik weer een klein stukje van mijn normale leven op mijn revalidatie heb veroverd.