zondag 15 januari 2017

Juffrouw Mier

Vanwege uitstelgedrag was ik tien minuten te laat. Precies die tien minuten waarin het ineens hard ging regenen waardoor ik nu zeiknat het eetcafé binnenkom. Mijn haren doen op geen enkele wijze meer herinneren aan de föhn die ik een half uurtje geleden zo kundig gehanteerd had. Terwijl iets aan deze situatie me vagelijk aan Bridget Jones doet denken, zie ik hem. De lange man aan de andere kant van het café staat op en loopt naar me toe. Ik zie het meteen. Of eigenlijk zie ik niks. Ik zie niks dat me doet herinneren aan de knuffel van vorige week. Ik weet wat dit betekent. Ik weet waar mijn uitstelgedrag vandaan kwam: ik heb me vergist. Wat doe ik hier? Wat dacht ik nou? Deze man is op geen enkele manier aantrekkelijk. Vriendelijk, dat wel. Hij kust me op de wang en helpt me uit mijn druipende jas, terwijl ik me afvraag wat ik nou precies beleefd heb, vorige week, tijdens de knuffel.

Midden in de besneeuwde bossen rond Hilversum is het stil. In de grote ruimte zitten tientallen mensen op kussens of stoeltjes. De meeste hebben hun ogen al weer open. Zojuist klonk het belletje ter afsluiting van de meditatie. Langzaam komt er beweging. Mensen staan op, sommigen knuffelen elkaar ter bezegeling van de gewijde sfeer van universele verbondenheid die zo voelbaar werd door de meditatie. Als lid van het organiserend comité moet ik meteen in de regel-modus, dus ik sta op en al juffrouw-Mierend loop ik naar de deur. Een lange man staat ook op en spreekt me aan: “Leuk om jou zo hier de boel te zien regelen. Dat past wel bij je geloof ik he?”. Hij lacht. Ik lach terug en weet niet zo goed wat te zeggen. Ik hoor mezelf stamelen en zie mezelf een paar aandoenlijke, haast verlegen bewegingen maken. De man glimlacht nog enthousiaster en spreid zijn armen. In een automatisme ga ik op zijn uitnodiging in. De knuffelcode van een langdurige single: laat geen moment onbenut om te knuffelen. Als een dorstige in een oase. Voor je het weet ben je weer eenzaam in de woestijn.

Terwijl we elkaar omhelzen, voel ik zijn sterke mannelijke energie. Stevigheid, focus en kracht. Heerlijk. Kwaliteiten waar ik rustig van wordt. En terwijl ik me laaf aan deze energie voel ik iets in hem aan me trekken. Hij wil mij. Ik voel het. Ik voel me vrouwelijker worden door deze erkenning. Even word ik er blij van. Maar wat betekent dit? Wat wil ik? Wat voel ik? Geen idee. Totaal geen idee. Alsof deze aantrekking uit een ander universum komt. Buitenaards voor een juffrouw Mier als ik. O jee. O nee. Wat ingewikkeld. Ik raak in paniek. “Ik moet nu even de thee gaan regelen”, zeg ik en ik wurm me uit de omhelzing. “Zullen we een keer koffie gaan drinken?”, vraagt hij. Ik lach vriendelijk naar hem en aarzel. Ik voel blijdschap. Blijdschap om mijn vrouwelijkheid die ik via hem sterker voel dan via mijn eigen badkamerspiegel. “Wie weet”, hoor ik mezelf zeggen. Wat zeg ik nu? Playing hard to get? Of is dit een subassertieve manier van afwimpelen? Wat wil ik eigenlijk? Wil ik iets met hem proberen? Mijn puberbrein komt er maar niet achter. “Mag ik je mijn telefoonnummer geven?”, dringt hij aan. Ik haal opgelucht adem. “Ja hoor”. Dat was een makkelijke aftocht. Met een briefje in mijn hand loop ik weg. Een week vol twijfels tegemoet.

Het was L. die helderheid schiep. Ik bleef maar twijfelen: iets hield me tegen om te bellen, maar iets hield me ook tegen het briefje weg te gooien en het te vergeten. Het was namelijk wel spannend en het bood ook een kans. Ik kwam er niet uit. Met een voortdurend verlangen naar ontmaagding op de achtergrond is het lastig om situaties te beoordelen, zo bleek maar weer. Totdat L. zei: “Bellen betekent niet dat je gaat trouwen, of dat je je laat ontmaagden. Bellen betekent dat je een kop koffie gaat drinken”. Inderdaad. Waarom zou ik het niet gewoon gaan ervaren? Om beter te begrijpen wat mannen in mij zien. Beter begrijpen welke signalen ik uitzend. Begrijpen wat ik wil. Dus hier stond ik. Druipend en wel. En ik wist het. Meteen al bij binnenkomst. Het verlangen dat ik de vorige keer in hem had gevoeld was niet wederzijds. Ik dronk een kop thee. We spraken wat met elkaar. Mijn signalen waren duidelijk deze keer. Zonder woorden begreep hij het. En met drie zoenen op de wang namen we afscheid. Juffrouw Mier had weer iets geleerd over volwassen worden.

1 opmerking: