zondag 8 januari 2017

Witte plek op de kaart

Een waterig winterzonnetje verlicht het park. Warm ingepakt wandel ik over een schelpenpaadje. Dit paadje was er een half jaar geleden nog niet. Ik had al gezien dat het was aangelegd, maar dit is de eerste keer dat ik er op loop. Als een ontdekkingsreiziger een witte plek intekenend op de kaart in mijn hoofd. Daar hou ik van. Ik wil elk straatje, elk steegje in deze stad ooit gezien en belopen hebben. Niet obsessief, maar als de gelegenheid zich voordoet om een weg in te slaan die ik nog niet ken, dan zal ik het zeker niet nalaten. Puur om de lol van het ontdekken. Een onschuldige afwijking die erfelijk bleek. Regelmatig fietsten S. en ik doelloos door de stad: nergens naar op weg, impulsen volgend. “Naar links” riep hij dan en we gingen naar links. “Naar rechts” en we gingen naar rechts. Als een draad in een weefgetouw maakten we zo zigzaggend langzaam in onze hoofden een kaart van de stad waar we tien jaar geleden kwamen wonen. Ik fulltime, hij parttime naast het leven met zijn moeder in een andere stad.

In allebei onze hoofden zat lang dezelfde kaart. Maar nu niet meer. Er is zoveel veranderd in de stad waar hij nu al twee jaar niet meer is geweest. Gebouwen zijn gesloopt, gebouwen zijn gebouwd. Winkels zijn verdwenen, winkels zijn geopend. Kruispunten zijn heringericht, bomen zijn gerooid. En schelpenpaadjes zijn aangelegd waar eerst enkel ondoordringbare struiken waren. De stad is langzaam een vreemde aan het worden voor S. De stad verandert en er is niks dat ik kan doen om het te stoppen. De stad verandert omdat hij moet veranderen, anders dooft hij langzaam uit. Net zoals een vis moet blijven zwemmen om te kunnen ademen. De stad en S. worden vreemden. Net als S. en ik. Ook wij zijn blijven zwemmen, om niet te stikken. Ook wij zijn veranderd, om niet uit te doven. Wij zijn langzaam maar zeker witte plekken aan het worden. Witte plekken op elkaars kaart, smachtend om ooit weer ontdekt te worden. Ooit. En terwijl ik me afvraag hoe lang ooit eigenlijk nog duurt, slenter ik met een brok in mijn keel over dit onbekende schelpenpaadje een ongewisse toekomst tegemoet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten